Deel dit artikel:

Waarom ‘negeren we vaders en maken we moeders verwijten’?
Tijdens het jaarcongres huiselijk geweld 2025 hebben we besproken dat moeders vaak verantwoordelijk worden gehouden voor problemen in het gezin, ook als die voortkomen uit het geweld van hun mannelijke (ex-)partner.** Zoals kinderen die hevig lijden onder deze agressie en daardoor klachten krijgen: moeders worden dan geacht ervoor te zorgen dat deze kinderen in therapie gaan en de omgang met de vader als pleger te stimuleren. Als zij dat niet doen, dan wordt hen een vechthouding verweten.

Niemand in de zaal stond op met de boodschap het oneens te zijn. Op LinkedIn wordt de waarde van het congres benadrukt door de aanwezigen. Gelukkig.

Maar op het jaarcongres werd weinig gesproken over de reden van deze denkfout. Waarom zijn we als zorgverleners zo verwijtend naar moeders en negeren we vaders? Dat zou ons wel wat moeten verbazen.

Een oprechte, eerlijke dialoog tussen gezinsleden?
Want de boodschap van deze congresdag is namelijk een oude. Vele onderzoekers hebben ons al gewezen op onze onterecht verwijtende houding naar moeders die hun kinderen willen beschermen tegen een pleger die hun vader is. En niet voor niets tekende Nederland het verdrag van Istanbul in 2011: een mensenrechtenverdrag van de Raad van Europa dat staten verplicht tot het voorkomen en bestrijden van huiselijk gewel, in het bijzonder dingende controle, tegen vrouwen en kinderen. We erkenden dat probleem. Maar ja…sindsdien houden we ons simpelweg niet aan dat verdrag…

Nu de actiebereidheid om op te staan tegen dwingende controle steeds meer toeneemt in onze maatschappij, wat staat ons dan te doen? Daarvoor moeten we de oorzaak van onze blinde vlek in het verleden wel gaan doorgronden. Hoe kunnen we begrijpen dat we structureel onterechte verwijten maken aan degene die zich terecht melden met het feit dat zij onderdrukt worden en de pleger zien als slachtoffer van deze verwijten? En dat in een land dat zich laat voorstaan op de vrijheid en autonomie van diens burgers…Een land dat het van belang vindt dat ieder een stem heeft.

Niet voor niets is het concept ‘meervoudige partijdigheid’ uit de systeemtheorie een hit geworden onder zorgverleners. Bij meervoudige partijdigheid kiest de hulpverlener opeenvolgend partij voor ieder gezinslid, terwijl de hulpverlener verantwoordelijk blijft tegenover iedereen, ook tegenover afwezige gezinsleden. Op die manier probeert men een oprechte, eerlijke dialoog tussen gezinsleden te herstellen. De grondlegger van deze theorie, Boszormenyi-Nagy, had een nogal optimistisch mensbeeld.

Meervoudige partijdigheid als een klem

Er is dan ook kritiek geleverd op dit gedachtengoed: zijn mensen altijd in staat tot eerlijkheid en oprechtheid? Het antwoord is gewoonweg nee…er zijn nu eenmaal mensen die hun partner willen overheersen: hen alle vrijheid willen benemen uit behoefte aan macht. En daar zijn zij niet eerlijk over…Leugens vertellen, manipuleren en saboteren is dan veelvuldig aan de orde in de spreekkamer. Met meervoudige partijdigheid ingaan op de belevingen van elke partner biedt plegers dan uitgebreid de mogelijkheid om de hulpverlener iets op de mouw te spelden. Het is niet moeilijk om net te doen alsof de ander onterechte verwijten maakt en te zeggen: “zo beleeft die ander dat – ik zie het ècht anders-”.

Elk tegenargument van de ander doet een nòg groter beroep op de meervoudige partijdigheid van de hulpverlener: “zie nou…hoe onze beleving verschilt…we moeten echt nader tot elkaar komen…”. Als het alleen om beleving gaat in de spreekkamer, dan loont het om net te doen alsof er strijd is.

Wat moet die hulpverlener met tegenstrijdige belevingen? Twee verhalen die elkaar uitsluiten? Een klem voor de hupverlener…Want hoe lossen we dat op in de analyse van de situatie?

En dan is het relevant om te weten dat meervoudige partijdigheid werd uitgerold in Nederland als de basishouding voor zorgprofessionals, toen bijvoorbeeld verkrachting binnen het huwelijk in NL nog niet strafbaar was….

De plicht tot erkenning door cliënten.

Mannen hebben van oudsher een hogere status en meer economische macht. Critici van de systeemtheorie geven al jaren aan dat systeemgerichte hulpverleners te weinig aandacht hebben voor deze genderongelijkheid. Het ideële uitgangspunt van systeemtherapie – gelijkwaardigheid en respect voor ieders beleving – botst daarmee regelmatig met de werkelijke positie van vrouwen in onze maatschappij.

Voorbeelden van die positie zijn: de loonkloof, medische bias, zwangerschapsdiscriminatie, normaliseren van hevige gynaecologische pijn, het pensioengat. We willen wel dat vrouwen gelijkwaardig behandeld worden, maar dat doen we (nog) niet. Ook al zijn moeders onafhankelijker dan vroeger ten opzichte van vaders: de positie van moeders wordt door velen nog steeds gezien als de spil van het gezin. Dat beeld werkt door, ook bij hulpverleners.

Concreet betekent dit dat wanneer er problemen zijn in het gezin, de blik vaak als eerste op de moeder valt. Zij wordt sneller aangesproken op wat er misgaat – bijvoorbeeld op het gedrag van de kinderen, de sfeer thuis of het contact met de andere ouder. Misschien is dat niet zo’n drama an sich.

Maar het wordt wel echt een probleem als we moeders minder ruimte en macht geven om zich te verzetten of grenzen te stellen als de problemen bij de gezinsleden worden veroorzaakt door dwingende controle vanuit de vader. Door die combinatie – verantwoordelijkheid zonder gelijke positie – worden moeders in de praktijk eerder beoordeeld, belast en bekritiseerd dan vaders. Het helpt moeders als hulpverleners zich realiseren dat de emancipatie van moeders nog niet klaar is. Want zolang we deze ongelijkheid negeren in onze methodes, maken we van emancipatie een ideaal – en van moeders ten onrechte daders.

Zolang we geweld blijven benaderen met de bril van “verschillen in beleving”, zonder oog voor ongelijkwaardigheid die er is, dan geldt het recht van de sterkste. En zo worden we onbedoeld partij voor de pleger.

Want meervoudige partijdigheid is een aantrekkelijk concept uit de systeemtheorie. Maar het is een gedachtengoed. En in gedachten van mensen zitten denkfouten. Best veel eigenlijk. Meervoudige partijdigheid gaat uit van ieders recht op erkenning. Maar dat werkt niet zo best met iemand die het recht op erkenning van anderen (heimelijk) niet accepteert.

Voordat we de beleving van eenieder als uitgangspunt nemen, is het van belang te weten of cliënten ook in staat zijn tot een eerlijk en erkennend gesprek. Zo niet, dan is kan meervoudige partijdigheid meer schade dan goed doen. We dienen deze cliënten dan eerst duidelijk te maken dat zij een probleem hebben. En nee, dat vinden ze niet leuk. Maar het is ons werk. Zo krijgen zwartrijders gewoon een boete, ook als ze daar boos over zijn. Zo verwachten we van Tata Steel dat ze minder uitstoten, ook als ze zichzelf geen vervuiler vinden.

Want de beleving van een wetsovertreder is minder relevant dan diens strafbare gedrag, zolang dat gedrag niet gestopt is.

Huiselijk geweld is òns werk

Huiselijk geweld is strafbaar. Het zou comfortabel zijn als moeilijke communicatie het enige probleem is binnen gezinnen. Maar een veelvoorkomend probleem voor veel volwassenen en kinderen in de zorg is nu eenmaal dat zij in huiselijk geweld zitten en daar niet uitkomen zonder hulp. Daarom heeft de overheid ons bij wet verplicht gesteld dat we signalen niet mogen negeren: de meldcode geldt voor ièdere individuele hulpverlener.

De dia tijdens het jaarcongres met daarop “eerst een geweldsanalyse en dàn pas een verklarende analyse” van Katinka Lünneman sluit aan bij die verplichting.

Huiselijk geweld is onderdeel van ons werk en dient uitgesloten te worden, liefst voordat we met allerlei interventies aan de slag gaan. Eerst de feiten, dan beleving. Net zoals “u heeft haast, dat begrijp ik, maar mag ik toch uw kaartje even zien?” of “we begrijpen het standpunt van uw bedrijf, maar we meten toch even uw daadwerkelijke uitstoot”.

Huiselijk geweld is zelfs bij uitstek òns werk, omdat we ervoor gekozen hebben te werken met leed en alle gevolgen daarvan. Slachtoffers van huiselijk geweld lijden en krijgen daar ernstige, langdurige klachten en problemen van. Maar wetsovertredingen van onze cliënten lossen we niet op door alleen te werken met belevingen. Ook als u haast heeft, krijgt u een bon bij zwartrijden. Ook als u klimaatbewuste doelen heeft, krijgt u een boete bij overmatige uitstoot. En als u de emotionele, economische, sociale en seksuele vrijheid van anderen beneemt, gaan we dit eerst een halt toe roepen.

Eerst het geweld signaleren en stoppen, daarná is beleving weer prioriteit.

Leren hoe je dwingende controle kan signaleren en bijsturen? Op 22 januari, 5 februari en 5 maart 2026 organiseert Expertisecentrum Dwingende Controle i.s.m. Jessica Terwiel weer een driedaagse cursus in de Veilige Hulp Methodiek met open inschrijving.

* Uit: presentatie Katinka Lünneman op jaarcongres huiselijk geweld 2025
** Het EDC benadrukt dat er ook mannen zijn die slachtoffers zijn van dwingende controle, in deze blog wordt het gendergerelateerde aspect voor vrouwen eruit gelicht.