Deel dit artikel:
Waar het fout gaat
Vader (v): “Ik vind dat jullie mij tekortdoen door de beschuldigingen van mijn ex steeds serieus te nemen, en niks te doen aan het feit dat ik onze kinderen moet overdragen bij een tankstation, twee kilometer van hun huis!”
Buurtteammedewerker (b): “Wat zou u graag anders willen?”
V: “Dat jullie ons behandelen als normale mensen!”
B: “Kunt u iets concreter maken wat u van ons verwacht?”
V: “Zet ons aan tafel. We zijn toch ouders? We moeten toch met hulp van jullie kunnen overleggen, dat we de kinderen niet bij dat godvergeten tankstation overdragen. Dat we gewoon even appen over een vergeten gymtasje?”
B: “Denkt u dat uw ex ook bereid is tot zo’n gesprek?”
V: “Gaat u mij nu vragen namens haar te praten? Dit gaat niet over haar wensen, zelfs niet over mijn wensen. Dit gaat over stoppen met de strijd! Jullie zijn hier toch juist om te helpen de situatie op te lossen, vóór we straks in de rechtszaal belanden. Er sámen uitkomen was mijn hulpvraag. Waarom gebeurt er dan niets?”
B: “Zou u het goed vinden als ik haar vraag of ze openstaat voor een gezamenlijk gesprek?”
V: “Ja! Graag! Laten wij als ouders stoppen met dit gedoe. We zitten in een verschrikkelijke situatie en jullie kunnen beter helpen door het samen met ons op te lossen, dan alleen vanaf de zijlijn toe te kijken.”
B: “Ik vind het sterk dat u het gesprek aan durft te gaan. U toont daarmee verantwoordelijkheid als ouder. Ik zal mijn best doen om jullie samen aan tafel te krijgen.”
Ziet u waar het fout gaat in bovenstaand gesprek? Nee? Dan bent u vermoedelijk opgeleid om te verbinden. Om ouders te verzoeken, steunen en sturen om “er samen uit te komen”. Zoals velen met u.
Slachtoffers van dwingende controle weten maar al te goed waar het fout gaat in bovenstaande dialoog…
Moeder hangt in paniek op nadat de buurtteammedewerker haar belt met vaders’ verzoek.
Hoe moet ze uitleggen dat het verzoek van vader – om de kinderen voortaan op de parkeerplek voor haar huis over te dragen in plaats van bij het tankstation – helemaal geen vriendelijk gebaar is? Hoe moet ze de politie nog inschakelen bij stalking als ze met zo’n “verbindende oplossing” akkoord gaat? En waarom ziet de medewerker niet dat vaders’ voorstel om “het app-verkeer tussen ouders te herstellen” geen uitnodiging is tot beter contact, maar een startschot voor weer jarenlang digitaal stalken? Tijdens het huwelijk bombardeerde hij haar dagelijks met dwingende, controlerende berichten. Zou ze ooit kunnen en durven vertellen wat de aanleiding voor de scheiding werkelijk was? Dat hij seksueel steeds extremere wensen kreeg en bij haar aandrong om haar grenzen te verleggen onder het mom van zelfontplooiing. En dat zij na jaren aandringen, manipuleren en chanteren zich niet meer verzette tegen de wurgseks die hij afdwong? Want als zij niet deed wat vader wenste dan negeerde hij haar en de kinderen dagenlang. Waarbij hij de kinderen zo hardvochtig mogelijk strafte omdat moeder ‘niet consequent genoeg zou zijn. Door hen urenlang op hun kamer op te sluiten en met de camera te monitoren of ze daadwerkelijk urenlang met hun gezicht naar de muur in de hoek bleven staan en zitten als kleuters, het inleveren van hun geliefde knuffels waarmee ze altijd insliepen, het pijnigen van hun cavia’s en zo nog tientallen andere manier om moeder onder druk te zetten exact te doen wat vader wenste.
Als de inzet gebrekkig is, is elke looptijd te lang
“Bezint eer u begint”. Dat is een zinvol advies aan de partijen die het toekomstige kabinet gaan vormen en beleid gaan vormen over huiselijk geweld, in het bijzonder dwingende controle (intieme terreur) en de uiterste vorm ervan: femicide.
Een advies nadrukkelijk óók aan de partij die in het kabinet zat toen men het overheidsbeleid maakte: “scheiden zonder schade”. Een overheidsbeleid dat berustte op de beeldvorming dat complexe scheidingen ‘vechtscheidingen’ zijn.
Een programma dat eindigde met een eindrapport in 2022 waarin geen cijfers staan waarmee het vermeldde positieve resultaat is te verifiëren. Een eindrapport waarin wordt opgemerkt dat de problemen rondom (complexe) scheidingen “nog niet de wereld uit zijn”. Men concludeert: “De opgave ontstijgt daarmee de inzet en looptijd van het Programma”. En inmiddels geeft men aan dit overheidsprogramma vervolg met de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario. Het is schadelijk boemerangbeleid…
Want was de opgave van dit programma te groot of was de inzet verkeerd?
Dat is een belangrijke vraag. Want als de inzet van beleid verkeerd is, dan zal dat beleid niet succesvol zijn binnen èlke looptijd…
En ja, dit overheidsbeleid was in vele opzichten verkeerd. Zo noemt GREVIO, het Europese toezichthoudende orgaan op het Verdrag van Istanbul, het programma ‘Scheiden zonder schade’ een illustratie van beleid dat juist schade kan veroorzaken – vooral voor vrouwen en kinderen die bescherming zoeken tegen huiselijk geweld. Zij stellen onomwonden dat dit programma structureel tekortschiet in de aanpak van (ex-) partnergeweld:
“Since the baseline evaluation report, while some progress has been made, the Dutch authorities continue to largely disregard the gendered nature of intimate partner violence in child custody and visitation rights cases and see violence within a relationship as reciprocal or a conflict between two equals. This is illustrated for example by the programme “Divorce without damage”, which ran from 2018 to 2021 and aimed to prevent harm to children as a result of complex divorces but did not at all address situations of domestic violence.”
Hoe kan het gebeuren dat Nederland in 2025 wederom van Europa in tik op de vingers krijgt: stoppen met complexe scheidingen standaard benaderen als een tweezijdig conflict. En gaan zien dat er vaak huiselijk geweld schuilgaat achter complexe scheidingen.
Grevio: Nederland stop met herdefiniëren van huiselijk geweld
In 2011 beloofde Nederland, via het Verdrag van Istanbul, om vrouwen en kinderen beter te beschermen tegen huiselijk geweld – ook als het geweld alleen gericht is op de moeder. Sindsdien komt Nederland die belofte nauwelijks na.
GREVIO stimuleert ons namelijk al jaren tot op het hoogste niveau van urgentie om afspraken van het verdrag na te komen. Zowel in 2019 als 2025 luidde hun boodschap: Nederland komt onvoldoende in actie. In plaats van geweld te erkennen, herdefiniëren we het als ‘ouderlijk conflict’ waardoor het beleid voortdurend gericht is op bemiddeling tussen de ouders of het bijsturen van vermeend ‘strijdend gedrag’. GREVIO roept op tot serieus beleid dat recht doet aan de verdragsafspraken.
Moeder begrijpt niet waarom alle professionals blijven praten over ‘de-escaleren’ en ‘normaliseren’ van het contact met vader, als zij aangeeft dat vader na de omgang lang blijft staan op de parkeerplek, haar vandaaruit in de gaten blijft houden en haar inmiddels weer dagelijks vele nare app-berichten stuurt. Ze geeft aan dat de kinderen belast worden met vaders ‘visie’ van moeder, door voortdurend negatief over haar te praten tijdens zijn omgang… De betrokken professionals geven aan niet aan waarheidsvinding te doen. En geven bij moeder aan dat zij de communicatie tussen ouders chaotisch en negatief vinden. Moeder weet niet wat te doen: niet reageren op vader is geen optie. Omdat ze moeten afstemmen rondom de kinderen. Wel reageren wordt gezien als olie op het vuur. De buurtteamsmedewerkers zeggen geregeld “geen politieagent te zijn’. En na een mislukt SCHIP-traject besluit Buurtteams dat zij zich “ernstige zorgen” maken en de ondersteuning nodig hebben van Veilig Thuis. Een melding volgt.
Moeder begrijpt niet goed waarom Veilig Thuis haar en vader gezamenlijke veiligheidsvoorwaarden geeft die gelden voor beiden zoals “De kinderen worden niet blootgesteld aan spanningen die de ouders ervaren in hun contact met elkaar.” Alsof zij dat doet en alsof zij controle heeft over het gedrag van vader. Vader geeft bij Buurtteams aan dat de veiligheidsvoorwaarden van Veilig Thuis bevestigen wat hij altijd al zei: ouders zitten samen in een gevecht. Veilig Thuis raadt Buurtteams naar de jeugdbeschermingstafel aan.
Schadelijk overheidsbeleid
In 2019 reageerde het kabinet van D66, VVD, CDA en Christenunie op de stevige kritiek van GREVIO met de mededeling dat er geen apart budget of specifieke fondsen beschikbaar gesteld worden voor de aanpak van geweld tegen vrouwen, ondanks het dringende advies daartoe. Inderdaad, onder de hoede van dezelfde partijen die opnieuw (grote kans maken om) Nederland (te) gaan besturen.
Nederland zou voor een nationale aanpak ‘te gedecentraliseerd’ zijn; gemeenten hadden volgens het kabinet zelf de vrijheid én de middelen om hierin te investeren. Wat men er niet bij zei: dat die gemeentelijke budgetten ernstig onder druk stonden door de sterk stijgende kosten van de gedecentraliseerde jeugdzorg. Ook lieten zij onvermeld dat er wél aanzienlijke nationale middelen beschikbaar werden gesteld voor ander landelijk beleid – kennelijk van hogere prioriteit- : het nationale programma ‘Scheiden zonder Schade’.
De oproep van GREVIO voor stevig nationaal beleid tegen huiselijk geweld werd genegeerd. In plaats daarvan werd ‘Scheiden zonder Schade’ groots uitgerold. De uitvoering kwam in handen van de VNG, in samenwerking met het Rijk. De rechtspraak, het Nederlands Jeugdinstituut, de Raad voor de Kinderbescherming, Movisie, Jeugdzorg Nederland en beroepsverenigingen NIP, NVO en BPSW sloten aan. Beleid dat haaks stond op de adviezen van GREVIO.
Het overheidsprogramma ‘scheiden zonder schade’ was niet gebaseerd op deugdelijke analysen of evidence based beleid uit het buitenland. De aanleiding was een oproep van de kinderombudsman die met zijn rapport “allereerst ouders wenste aan te spreken op de verantwoordelijkheid om hun kinderen niet te betrekken in hun complexe scheiding”. Terwijl in andere landen al wijd en breed bekend was dat men geen mediation moet inzetten bij scheidingen waar huiselijk geweld speelt, geeft de kinderombudsman in 2014 als kernadvies dat “mediation verplicht moet worden” bij scheidingen. De term complexe scheiding raakt nauw verweven met “vechtscheiding”. De term raakt niet verweven met de internationale inzichten dat bij complexe scheidingen een fors percentage huiselijk geweld speelt, waaronder dwingende controle. `
De kernwaarden voor professionals in dit overheidsprogramma: het bevorderen van blijvend contact tussen ouder en kind en positieve ondersteuning van beide ouders om zich te richten op het kind. Hoe dat zich verhoudt tot onze toezegging in het Verdrag van Istanbul — dat kinderen recht hebben op bescherming tegen contact bij partnergeweld, ook als dat alleen op de ouder is gericht — werd niet besproken en niet onderzocht. Er volgde wel grootschalige financiering en landelijke implementatie van ‘scheiden zonder schade’. En ondersteuning voor op initiatieven zoals de jeugdbeschermingstafel.
In het rapport dat moeder van het Buurtteam ontvangt – en dat wordt doorgestuurd naar de Jeugdbeschermingstafel – staat dat men zich “ernstige zorgen maakt over het contact tussen vader en moeder”. Vervolgens wordt opgemerkt dat moeder negatief spreekt over vader en vader over moeder. De conclusie: de strijd tussen de ouders is schadelijk voor de kinderen, die daarbuiten gehouden moeten worden. Moeder leest het verslag en maakt bezwaar. “Ik heb jullie uitgelegd wat zijn gedrag naar de kinderen was toen ze klein waren, dat ik gestalkt word. Dat vader negatief over mij praat en nu zelfs mijn telefoonnummer en adres heeft veranderd bij allerlei instanties zodat ik niet benaderd kan worden. Het gaat maar door.”
en “neutraal” wil blijven. Ze legt uit dat ze heeft gehandeld volgens de werkwijze van de Jeugdbeschermingstafel, en dat moeder natuurlijk daar haar visie ook kan delen. Maar moeder wil geen ‘mening’ geven zegt ze— ze wil dat onderzocht wordt hoe vader haar en de kinderen schade toebrengt. De Buurtteamsmedewerker geeft aan daar niet over te oordelen, en verzekerd moeder dat ze haar verhaal aan de Jeugdbeschermingstafel kan vertellen.
Wanneer moeder vraagt of ze bezwaar kan maken als professionals dan onware verhalen geloven in dit overleg, luidt het antwoord: “er is geen bezwaarprocedure, het is de bedoeling dat u er samen met vader en de betrokken professionals uitkomt.” Moeder vraagt wat er gebeurt als ze er niet uitkomen of als zij zelfs helemaal niet komt. De medewerker antwoordt dat vader wél aanwezig zal zijn — en vraagt zich hardop af of een raadsonderzoek nog te voorkomen is als ouders het oneens blijven of moeder niet komt.
Binnen het programma Scheiden zonder Schade was de Raad voor de Kinderbescherming partner in het bevorderen van samenwerking en mediation tussen ouders. Er was geen stelselmatig beleid voor de verdragsafspraak waar GREVIO Nederland op wees: zet de beschermende ouder niet onder druk om mee omgang toe te staan, als er eenzijdig huiselijk geweld is.
Een raadsonderzoek blijkt onafwendbaar, de professionals van de Jeugdbeschermingstafel gaven aan geen wijs meer te kunnen uit de “tegenstrijdige beschuldigingen” die ouders aan elkaar adres doen. Als raadsonderzoekers bij moeder komen geven zij aan zich in dat gesprek niet te richten op alle hulpverlening die er al geweest was in het afgelopen half jaar, want ze staan in goed contact met Buurtteams en hebben daar al genoeg informatie over geven zij aan. Bovendien hadden ze er vader ook al over gesproken en dat bevestigde het beeld dat vader en moeder elkaar voortdurend tegenspraken. Moeder werd verzocht te vertellen over de tijd dat zij een relatie met vader had. Moeder drong toch aan te mogen vertellen over alle huidige signalen van het gedrag van vader naar haar en de kinderen.
Buurtteams vertelde dat het moeder was die overwogen had niet naar de Jeugdbeschermingstafel te komen en hen van beide ouders het meest onder druk zette om haar verhaal te geloven. Vader was van begin af aan degene met de constructieve voorstellen.
In het raadsrapport kwam te staan:
“Moeder’s houding lijkt vooral gericht op de problemen die er waren in het huwelijk en op controle over de omgang tussen vader en de kinderen nu. In gesprekken valt op dat moeder steeds de nadruk legt op wat er mis zou zijn gegaan en wat er nu mis zou zijn bij vader, waardoor constructief overleg niet tot stand komt. Waar vader wel gericht is op constructief overleg, Buurtteams bevestigt dat. De raadmedewerkers maken zich ernstige zorgen over de invloed van moeders houding op de kinderen. De kinderen lijken zich sterk te identificeren met de zorgen van moeder, waardoor sprake lijkt van een loyaliteitsprobleem. Moeder zegt dat zij de kinderen wil beschermen, maar haar voortdurende negatieve uitingen over vader tegen professionals die de medewerking van vader observeren, dragen niet bij een beter contact tussen de ouders en daarmee niet aan de rust die de kinderen nodig hebben.”
De focus bij ‘scheiden zonder schade’ lag op het idee van “vechtscheiding”: ouders moesten hun communicatie verbeteren en leren samenwerken. Lukt dat niet? Dan moesten ze ieder op hun eigen eiland opvoeden en zich niet met elkaar bemoeien: solo parallel ouderschap. Dat huiselijk geweld een absolute contra-indicatie is voor solo parallel ouderschap (Wezenberg, 2022), drong niet door. Net zomin als het besef dat communicatieproblemen helemaal niet het probleem zijn bij dwingende controle — een eenzijdige machtsdynamiek is geen wederzijdse miscommunicatie of strijd.
En dat alles ondanks de duidelijke signalen uit de onderzoeken van het Verwey-Jonker Instituut in die tijd: dat huiselijk geweld, zeker in psychische vorm, hardnekkig is en zelden vanzelf stopt. Toch bleven de systemen draaien op een verhaal over strijd tussen gelijken, terwijl dwingende controle, en dus ook de femicide, buiten beeld bleef. Weggemoffeld met de tem: “gezinsdrama”.
Geen deugdelijke analysen
Tijdens de duur van het overheidsprogramma Scheiden zonder schade’ werden interventies uitgeprobeerd die de visie van overheidsprogramma uitdroegen, zoals de gezinsadvocaat. Professionals die de ‘strijdende’ partijen met elkaar rond de tafel moesten brengen, voordat zij in een rechtszaak belandden. Tijdens deze proef-interventie bleek dat 40% van de ouders huiselijk geweld meldden. Maar er volgde geen enkele meting van dat geweld, geen enkel ingrijpen.
Het eindrapport van deze proef-interventie vermeldde niets over wat er met de ouders en kinderen gebeurd is die in dat huiselijk geweld zat. Dit rapport is van dermate slechte kwaliteit, mede door de subjectiviteit van het rapport, dat er geen zinnige conclusie over de effectiviteit van de gezinsadvocaat aan verbonden kan worden. Helder is wel: in 40% van de gevallen werd huiselijk geweld genegeerd.
Het wetenschappelijke fundament van het programma
De richtlijn ‘scheiding en problemen door jeugdigen’ is in 2020 geactualiseerd op initiatief van gecertificeerde instellingen (GI’s) met financiële steun vanhet Platform Scheiden zonder Schade. Dit platform gaf de GI’s de financiële middelen om ‘praktische tools’ voor complexe scheidingen te ontwikkelen in deze richtlijn. Dat deze visie en tools niet evidence based of methodisch waren, was geen bezwaar. Zo blijkt uit de inleidende woorden:
“Omdat de effectiviteit van de werkwijze nog niet met (wetenschappelijk) onderzoek is aangetoond, is de term methodiek vervallen.”
en
“Ondanks een grondige zoektocht door de wetenschappelijke literatuur zijn er nog veel vragen niet te beantwoorden op basis van wetenschappelijke bevindingen.”
en
“Meer onderzoek is nodig, maar deze herziene richtlijn brengt wel de problemen en hun complexiteit goed in beeld en dat is behulpzaam voor professionals… “
Maar dit document ging veel verder dan een samenvatting van problemen en een overzicht van complexiteit. Vermeldt staat: “Deze herziene richtlijn is een prachtige versterking van de hulpverleningsbasis voor jeugdprofessionals geworden, voor hulp zowel aan jeugdigen als hun ouders”
Het is wonderlijk dat men een gehele richtlijn herziet met als basis dat men vooral veel nog niet weet.
De richtlijn geeft enerzijds als kernaanbeveling om op huiselijk geweld te screenen, maar laat het dan daarbij. De gehele richtlijn is namelijk ingericht op de andere kernaanbeveling: “Maak ouders ervan bewust waarom het voor hun kind belangrijk is dat zij hun conflicten beheersen. Veel en duidelijke uitleg is hier van belang, zodat dit ook beklijft. Leer hen dus geen ruzie te maken in het bijzijn van hun kind, en wijs hen erop dat zij er goed aan doen gezamenlijke afspraken over hun kind te maken.”
Ruzie dus. Geen woord over de cijfers van huiselijk geweld achter complexe scheidingen. Geen woord meer over eenzijdig partnergeweld. Zelfs geen woord over het fundament van dit advies. In de richtlijn wordt vervolgd met:
“Als het ouders niet lukt om dit gezamenlijk te doen [hun conflicten te beheersen], stimuleer hen dan om deel te nemen aan programma’s die gericht zijn op het leren beheersen van ruzies, op familiemediation en/of op het versterken van hun (ouder)relatie. Of motiveer de ouders individuele hulp te zoeken. Ondersteun tijdig bij de toeleiding naar hulp. Als na verschillende interventies blijkt dat ouders niet meer kunnen samenwerken, overweeg dan een tijdelijke pauze in de ouderlijke communicatie d.m.v. parallel ouderschap of ‘schottenaanpak’, al zijn die nog niet voldoende onderzocht.”:
Deze richtlijn als ‘prachtige versterking’ biedt geen enkel wetenschappelijk fundament voor een praktische aanpak ten aanzien van huiselijk geweld, geen wezenlijke verwijzing naar het verdrag van Istanbul. Het biedt ook geen enkele tool of inzicht voor de eenzijdige machtsdynamiek van dwingende controle, een geweldsvorm die zeer gevaarlijk kan worden, zeker bij een scheiding.
Moeder belt overstuur de buurtteamsmededewerkers. Waarom geloven ze haar niet? Waarom hebben de tegen de raadsmedewerkers gezegd dat zij niet meewerkt? De buurtteammedewerker geeft aan dat ze hoopt dat de raadsonderzoekers goed onderzoek doen en moeders spanningen wel begrijpen, maar ook niet kunnen inschatten of deze terecht zijn. Daar gaan zij niet over. En dat ze hoopt dat moeder en vader er samen uitkomen, in plaats van telkens elkaar verwijten te maken en strijd te maken over de omgang met de kinderen.
De beroepsverenigingen NIP, NVO en BPSW waren betrokken bij…, de richtlijnverandering was uitgevoerd door het Nederlands Jeugdinstituut. Alle SKJ- en BIG-geregistreerde professionals in het Jeugddomein, ondersteunden deze richtlijn. Deze richtlijn staat nog steeds online. Dit is wat onze professionals in de afgelopen jaren geleerd hebben. Zonder afdoende fundament van effectiviteit, zonder verdrag van Istanbul en zonder serieus beleid voor dwingende controle.
Daarom herkent u niet wat er mis in bij de dialoog aan het begin van deze blog. U heeft geleerd dat elke vorm van overleg en verbinding toe te juichen is. En lukt dat niet? Dan is de aanbeveling ouders op te splitsen en hen te laten praten over hun opvoeding aan de kinderen. Dat dit gecontra-indiceerd is (Wezenberg et al, 2022) bij huiselijk geweld en zeker niet coform afspraken in het verdrag van Istanbul, staat niet vermeld in de richtlijnen.
Het effect van jarenlang ‘scheiden zonder schade’
Het eindrapport van Scheiden zonder Schade bevat geen traceerbare resultaten in de vorm van duidelijke cijfers over effectiviteit.
Hoe schril is het contrast met de keiharde cijfers waarmee Grevio ons confronteert:
“According to recent prevalence data, 33.45% of women in the Netherlands have experienced physical, sexual or psychological violence in a relationship. GREVIO emphasises that their experiences of abuse, the subsequent imbalance in the power dynamics between the two separating partners, including in financial terms, and the continuous trauma and fear experienced by women victims and their children are all factors that must be considered in family law proceedings, and that any guidance on divorce procedures must refer to the cohort of women seeking divorce as a result of the abuse experienced by their husband.”
We vragen ons af waarom we zo weinig effectief femicide bestrijden, waarom 60-70% van de caseload van jeugdbeschermers complexe scheidingen betreft. Dat is geen moeilijke vraag voor wie ziet welke scholing, bijscholing en cursussen er massaal zijn uitgerold door Nederland, mede door het overheidsprogramma “scheiden zonder schade”. Met andere woorden: de strijd tussen de ouders verminderen. We worden hard afgestraft voor de schijnredenering dat ouders in complexe scheidingen vooral een gevecht hebben.
Een OTS was onafwendbaar. Moeder spreekt na een half jaar de jeugdbeschermer die direct de ARIJ afneemt. Immers, de ARIJ had eigenlijk al afgenomen moet worden ten tijde van de wachtlijst, maar dat is niet gebeurd.
Tot verbazing en wanhoop van moeder deelt de jeugdbeschermer mee dat uit de ARIJ blijkt dat er een toekomstig risico op onveiligheid van de kinderen bij moeder is. Zij scoort immers drie maal ‘ja’: moeder speekt van een angstige reactie op vader (item 10: ja), de problematische relatie met haar ex-partner (item14: ja) en moeder geeft aan stress te hebben van de situatie met haar ex (item 18: ja). Moeder vraagt de jeugdbeschermer wat deze score betekent. De jeugdbeschermer geeft aan dat het erg belangrijk is dat moeder aan zichzelf gaat werken en wil samen met haar een plan van aanpak gaan maken hoe de kinderen veiliger kunnen zijn bij haar en vader. Moeder geeft aan dat zij geen psychische diagnoses heeft, maar de jeugdbeschermer geeft aan dat het raadsrapport erg informatief was en een officiële diagnose ook niet nodig is om ‘ja’ te scoren op angstprobematiek in de ARIJ.
Moeder neemt zich voor niets meer te zeggen over de stalking van vader en voldoet inmiddels aan zijn verzoek om de overdracht (buiten het zicht van de camera’s) op de parkeerplaats te doen. Ze weet: met alle risico’s van dien.
Laatst opende vader de portier van haar auto toen ze deze ontgrendelde voor de kinderen. Hij bood haar een springtouw aan, moeder reageert niet en hij legt daarop het touw voor haar neer op het dashboard. Hij zei vriendelijk: “ik had het springtouw van de kinderen nog bij mij liggen, mag ik het misschien van je terug over twee weken, na ons gesprek bij de jeugdbescherming, dan wil ik het weer even gebruiken”. Hij glimlacht steekt zijn hoofd door de ingang van de der om de kinderen een ijsje te beloven. Ze openen de portier en rennen achter hem aan.
Moeder bleef trillend achter.
Het is het springtouw waarmee vader moeder niet fataal wurgde tijdens de seks die ze nooit had gewild tijdens hun huwelijk.
In de verklarende analyse die de jeugdbeschermer samen met de gedragswetenschapper opstelde (en die als ‘gezinsanalyse’ naar de rechtbank gaat), staat vermeldt dat de GI zich zorgen maakt over de angstige houding van moeder die haar lijkt te belemmeren de vriendelijke handreikingen van vader te accepteren. Als voorbeeld dat de kinderen vertellen dat moeder trillend en stil zoiets onschuldigs als hun springtouw niet kan aannemen van vader.
Nieuw overheidsbeleid: geen oude wijn in nieuwe kruiken s.v.p.
Dit is geen pleidooi voor snellere probleemoplossing, maar voor een gefundamentelere probleemoplossing. Uit allerlei ontwikkelingen blijkt dat men snel oplossingen wil, zeker nu Nederland zich roert op straat tegen femicide. Men maakt reizen naar het buitenland en ontleent daar inspiratie in hun beleid. Maar léést men ook over dat beleid? Analyseert men ditmaal dan wèl deugdelijk? Als we internationaal op zoek zijn naar de juiste interventies, lezen we dan ook hoe deze landen hun interventies tegen dwingende controle en femicide evalueren?
Zoals een review van 79 studies in Australië waarin over strafbaarstelling van dwingende controle staat: “Alternative approaches appear promising, but their impact on recidivism is less clear” en “Sentencing needs to be seen as part of a broader network of integrated and coordinated responses to domestic and family violence offending”
en
“While imprisonment may provide temporary community safety, it does not deter future offending nor promote perpetrator accountability or victim/survivor healing”(Bond & Nash, 2023)
Uit reviews in het buitenland blijkt dat er zonder deugdelijk overheidsbeleid voor zorprofessionals nauwelijks een succesvolle aanpak kan zijn voor dwingende controle, en daarmee dus ook niet voor femicide. Deze professionals hebben goed overheidsbeleid nodig met financiële steun op de juiste plekken.
Waar staan we nu?
Beleid dat nu uitgaat van ‘vertrouwen in de professional’ en ‘meer ruimte voor het werk van professionals met minder registratiedruk’ mist elk oog voor de enorme financiële injecties die er in het verleden zijn geweest voor beleid dat deze professionals juist blind hebben gemaakt voor dwingende controle. Het mist elk oog voor de niet-gefundeerde richtlijnen in de jeugdzorg die nog steeds gelden en die haaks staan op de bescherming die vrouwen en kinderen nodig hebben. Het mist het besef dat men in Nederland massaal gebrekkige screeningslijsten hanteert waarmee geen feitenonderzoek verricht kan worden, maar wel daarvoor worden gebruikt.
Stellen dat men ‘meer vertrouwen in professionals’ wil hebben, is blind voor de ontwikkeling dat men inmiddels massaal verklarende analysen aanleert in jeugdzorg en jeugdbescherming. Maar voor een deugdelijke verklarende analyse dient men eerst te weten of er sprake is van huiselijk geweld. Echter, dit feitenonderzoek naar huiselijk geweld dat uitgevoerd moet worden volgens de beroepscoden, afwegingskader en de meldcode is niet op orde. Feitenonderzoek naar hiselijk geweld is voorliggend aan het kunnen invullen van een verklarende analyse. Immers: is moeder onterecht of terecht angstig?
De Jeugdzorg en enkele politici zetten zich in voor een wetenschappelijker gefundeerder beleid. Dan is het tijd te gaan praten over de schade die het ongefundeerde beleid nog steeds doet. Het geloof onder professionals dat verbindende en systemische interventies niet schadelijk zijn: van Jeugdzorg, Jeugdbescherming tot aan vrouwen opvanghuizen.
Toekomstscenario en hervormingsagenda versus deugdelijke analyse
Zowel het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbeschermingals de Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028 worden gepresenteerd als fundamentele herzieningen van het jeugdstelsel: sneller, lichter, minder complex en met meer ruimte voor de professional. En dat met enorme berg professionals die jarenlang vooral zijn bijgeschoold in de visie van ‘scheiden zonder schade’. Ook in beide documenten zit de visie van scheiden zonder schade’ nog steeds.
Wat ontbreekt is een serieuze analyse van wat Scheiden zonder Schade heeft nagelaten — en waarom GREVIO dat overheidsbeleid in zowel 2019 als 2025 bekritiseerde als onveilig en schadelijk voor vrouwen en kinderen in situaties van eenzijdig partnergeweld*. In plaats van te erkennen dat een aanzienlijk deel van de zogenoemde ‘complexe scheidingen’ juist voortkomt uit dwingende controle en dus geen gelijkwaardige strijd tussen ouders betreft, herhalen de nieuwe beleidskaders dezelfde denkfouten. Er wordt wederom niet gereflecteerd op de beleidsmatige blinde vlek voor gender, macht en eenzijdige machtsdynamieken. Ondanks de tik op de vingers van GREVIO. Ondanks het hoge percentage dwingende controle dat we vaststellen bij complexe scheidingen (Verwey- Jonker, 2025).
De professionals dienen zich te gaan verbinden: met elkaar en met de ouders. Maar waar blijft het beleid dat erop gericht is om professionals deugdelijk feitenonderzoek aan te leren om dwingende controle te herkennen? Want zonder dat beleid leren professionals niet afdoende herkennen wanneer zij gemanipuleerd worden en wanneer hulp gesaboteerd wordt, waardoor zij door plegers van huiselijk geweld een makkelijke speelbal worden om de beschermende onder druk te zetten
Want het hart van overheidsbeleid ‘scheiden zonder schade’ dat massaal is aangeleerd aan professionals is nu het belangrijkste machtsmiddel van plegers van dwingende controle: het verzoek om verbinden, om te de-escaleren en te normaliseren.
Als we een succesvolle aanpak willen van femicide, dus van dwingende controle, dan zullen we ons meer moeten gaan richten op feitenonderzoek bij eenzijdige machtdynamiek, om femicide te bestrijden. Zodat we over 5 jaar niet weer een Grevio-rapport krijgen waarin NL zeer vaak de hoogste vorm van urgentie krijgt toebedeeld.
Wilt u geschoold worden in het doen van feitelijke analysen en in gespreksvaardigheden waarin u zich niet laat vangen in het web van een pleger die om uw hulp vraagt? Volg de driedaagse training in de ‘Veilige Hulp Methodiek’ van Expertisecentrum Dwingende Controle.
* Het Expertisecentrum Dwingende Controle wil benadrukken dat dwingende controle in onze maatschappij in allerlei relaties voorkomt. Zoals in groepen, mannen die het slachtoffer zijn in heteroseksuele relaties en mannen en vrouwen in homoseksuele relaties.