Deel dit artikel:

Het artikel bespreekt hoe het voorgestelde New Yorkse wetsvoorstel A9551/S8633 een belangrijke juridische verschuiving betekent in de benadering van dwingende controle (coercive control) binnen het familierecht. De auteurs stellen dat traditionele wetgeving vooral gericht is op zichtbare incidenten van fysiek geweld, terwijl coercive control juist bestaat uit langdurige patronen van dominantie, intimidatie, isolatie, financiële controle en psychologische manipulatie die vaak geen zichtbare sporen nalaten. Aan de hand van de zaken Dixon v. Reid en Garrick v. Blankenship laten de auteurs zien hoe rechtbanken momenteel moeite hebben om deze patronen juridisch te herkennen en te bewijzen. Het wetsvoorstel zou coercive control expliciet definiëren, beschermingsbevelen mogelijk maken zonder fysiek geweld, rechters verplichten coercive control mee te wegen bij gezags- en omgangszaken, en verplichte training invoeren voor rechters en rechtbankpersoneel. Volgens de auteurs kan dit bijdragen aan een meer trauma-geïnformeerde en patroongerichte benadering van psychologisch partnergeweld, al blijven er uitdagingen bestaan rond bewijsvoering, afbakening en rechtsbescherming.

Voor het wetsvoorstel klik hier.

Reiter, E., & Pollack, D. (2026, March 12). Coercive control: Emerging legislation, expert testimony, and family law. New York Law Journal. https://www.law.com/newyorklawjournal/2026/03/12/coercive-control-emerging-legislation-expert-testimony-and-family-law/

of

https://www.researchgate.net/publication/401896602_Coercive_control_Emerging_legislation_expert_testimony_and_family_law