Deel dit artikel:
Hoe gaan we het in 2026 aanpakken Nederland? Aan alle systeemtherapeuten, contextueel werkenden, SCHIP-therapeuten, systeemgerichte professionals en gemeentelijke inkopers van systemische zorg.
Weerbarstig probleem
Zullen we 2026 het jaar van de omslag maken? Het jaar dat we eerst een geweldanalyse maken, vóórdat we besluiten tot systemische zorg aanbieden?
Want 2025 was het jaar waarin de alarmbel rond femicide luid heeft geklonken, met name bij (ex-)intieme partnerrelaties. Maar te vaak wordt de kern van femicide niet gezien en te weinig besproken: mede door onze denkfouten vanwege het systemische gedachtengoed.
Femicide in een (ex-)partnerrelatie is namelijk een ultieme poging om het slachtoffer toe te eigenen. Vrouwenmoord in een (ex)partnerrelatie is namelijk onderdeel van dwingende controle: een patroon van strafbare én niet-strafbare gedragingen gericht op het inperken van iemands vrijheid en autonomie. In dat licht is moord de meest extreme – en effectieve – vorm van vrijheidsberoving.
Ook op het Jaarcongres Huiselijk Geweld werd benadrukt dat (ex-)partnergeweld vaak gendergerelateerd is: de gevolgen van mannelijk geweld binnen het gezin worden nog te vaak neergelegd bij vrouwen, alsof zij daarvoor verantwoordelijk zijn. Kinderen met gedragsproblemen, schoolverzuim, relatieproblematiek, et cetera. Voor velen was dat een krachtige, nieuwe boodschap.
Nog krachtiger is ons realiseren dat het een hele oude boodschap is, die vraagt dat we onze huidige aanpak grondig aanpassen. We signaleren huiselijk geweld nu vaak niet omdat we ons richten op ‘problemen in het gezin’ of ‘problemen in de (ex)-partnerrelatie’.
Therapeut: “Voor mij zijn beide verhalen even waar.”
Pleger: “Fijn dat u dat zegt, Mijn vrouw heeft nogal een overtrokken beleving van de werkelijkheid omdat ze nogal angstig van aard is.”
Dwingende controle is een weerbarstig probleem dat een andere manier van werken van ons vraagt. Niet systemisch. Ik neem u even mee.
Systemische aanpak: ongeschikt bij dwingende controle
Systemisch gedachtengoed maakte halverwege de vorige eeuw een enorme opmars en dat gedachtengoed is breed verankerd in (HBO-)opleidingen. Tegelijkertijd werd bij veel (post)universitaire opleidingen voor gedragswetenschappers opvallend weinig onderwezen over huiselijk geweld.
Maar al ruim voor de eeuwwisseling wezen onderzoekers ons op de grote gevaren van de systemische zorg. Heden ten dage herkenbaar in onder andere: Kinderen uit de knel, Ouderschap Blijft, SCHIP-aanpak, gezins/(multi)systeemtherapie zoals EFT/FFT, familie-opstellingen, contextuele therapie, systeemgerichte jeugdhulp (1 plan, 1 gezin), meervoudige partijdigheid, de aanname dat het gedrag van de een het gedrag van de ander mede veroorzaakt, genogrammen, et cetera.
Maar het systemische gedachtengoed is een gedachtengoed dat zeer slecht onderzocht is bij inzet van huiselijk geweld. En we weten dat het een totaal ongeschikte aanpak is om dwingende controle mee te herkennen en stoppen (Keiholtz & Spencer, 2022). Doordat systemische zorg vaak uitgaat van wederzijdse beïnvloeding en ‘ieders aandeel in het systeem’, wordt geweld namelijk geïnterpreteerd als een relationeel probleem in plaats van als eenzijdige onderdrukking.
Moeder: “Mijn kind is bang na de weekenden bij zijn vader.”
Therapeut: “Kinderen reageren op spanningen tussen ouders.”
Het probleem van herdefiniëren van dwingende controle naar ‘een strijd tussen de ouders’ is al veel langer bekend. Een stukje geschiedenis:
Geen systemische aanpak bij dwingende controle: niet nieuw
Begin vorige eeuw waarschuwden onderzoekers al voor een systemische aanpak. Ten eerste omdat veel systeemtheoretische concepten uitgaan van eerlijkheid door cliënten, een positief mensbeeld en gelijkwaardige gezinsrollen. Maar plegers van dwingende controle liegen, manipuleren en willen vooral domineren. Dan is het systemisch principe van wederzijdse beïnvloeding bij cliënten en meervoudige partijdigheid door de professional niet veilig. Het houdt de vrijheidsberoving door de pleger onzichtbaar. In gezinnen met dwingende controle is neutraliteit namelijk geen professionele houding, maar een blinde vlek. Onveilig.
Slachtoffer: “Hij liegt bij instanties over mij en zijn gedrag naar de kinderen.”
Therapeut: “Dat echt naar, maar hij heeft daar een andere beleving bij merk ik. En zo blijven we in cirkels draaien. Zullen we vooruitkijken samen om ervoor te zorgen dat jullie beter kunnen samenwerken als ouders?”
Ten tweede wezen onderzoekers erop dat gelijkwaardigheid in heterorelaties vaak nog ontbreekt: vrouwen werken minder, verdienen minder en dragen de meeste zorgtaken. Therapeutische verwachtingen over gelijkwaardige communicatie zijn in zo’n ongelijk speelveld niet realistisch.
Rond de eeuwwisseling toonden onderzoekers als Campbell en Stark aan dat hulpverleners het patroon van onderdrukking vanuit de ene partner richting de andere (en hun kinderen) vaak niet herkennen, met als gevolg dat vooral moeders verantwoordelijk worden gehouden voor gezinsproblemen – terwijl zij en de kinderen juist gevaar liepen als slachtoffer zijn van dwingende controle. Hun oproep: als we dit patroon niet leren herkennen, blijven slachtoffers onbeschermd. Exact de oproep van het jaarcongres huiselijk geweld dit jaar.
Deze noodklok werd al geluid ver voor het NL overheidsprogramma Scheiden zonder Schade, dat sterk leunde op systemisch denken en geweld negeerde. Huiselijk geweld werd in dat kader vaak weggezet als ‘complexe scheiding’ en ‘ruziemaken’, waarbij beide partners even verantwoordelijk werden gehouden voor de problemen. Immers, waar twee ruziën hebben twee schuld. Toch?
Nee. In 2019 waarschuwde Jane Monckton Smith opnieuw: dwingende controle is gevaarlijk en kan eindigen in vrouwenmoord. Zij beschreef fasen in dat proces naar een moord toe. Maar benadrukte dat de fasen niet gaan over het voorspellen van moord. De kern van haar bevinding was dat vrouwenmoord vrijwel altijd plaatsvindt binnen een patroon van dwingende controle – en niet vooraf hoeft te gaan door fysiek geweld. Voor preventie van femicide moet men dus juist niet méér focussen op fysiek geweld, maar mìnder.
Slachtoffer: “Hij wil dat ik mijn locatie altijd deel en belt me meerdere keren per dag over wat ik aan het doen ben. Ik vind dat verstikkend”
Therapeut: “Dan raakt zijn behoefte aan contact jouw behoefte aan ruimte.”
Als we focussen op femicide, missen we het patroon
Anno 2025 zagen we in Nederland een verschuiving in het debat: steeds méér focus op femicide, steeds mínder op de (h)erkenning van het patroon waar onderzoekers ons al decennialang op wijzen: dwingende controle. Dat is problematisch. Want we gaan ondertussen door met systemische zorg aanbieden, zorg die vele slachtoffers in ernstige problemen heeft gebracht door het gebrek aan veiligheid. We hebben veel verzwaard slachtofferschap veroorzaakt in Nederland met onze volhardende inzet van systeemgerichte zorg. Systemisch werken maakt het signaleren van dwingende controle zeer moeilijk en is bovendien een gevaarlijke manier van hulpverlenen aan deze slachtoffers. Systemisch werken is simpelweg een keiharde contra-indicatie bij dwingende controle.
De fasen van femicide gaan daarbij niet helpen. Deze fasen zijn geen betrouwbaar voorspelbaar eindpunt in een individuele casus. Daar was Jane Monckton Smith glashelder in.
2026
Dus: maken we van 2026 het jaar waarin we collectief bijsturen: geen inzet van systemisch georiënteerde zorg meer voordat we (redelijk) zeker weten dat er geen dwingende controle is? En een directe start van feitelijk analysen als er aanwijzingen zijn van dwingende controle?
- Het jaar waarin we massaal vragen om bijscholing in het (h)erkennen van dwingende controle.
- Het jaar waarin gemeenten niet langer veel zorg inkopen voor complexe scheidingen (waarbij een zeer hoog percentage dwingende controle speelt) die vooral leunt op systemische achtergronden.
- Het jaar waarin we werkprocessen, richtlijnen, toekomstscenario en hervormingsagenda corrigeren op de denkfout die erin is geslopen: de aanname van gelijkwaardigheid, ook waar die er niet is.
Dat scheelt zóveel geld. Maar vooral: het scheelt leed.
Ook in het nieuwe jaar staan wij van Expertisecentrum Dwingende Controle klaar om onze steun te geven aan professionals. Ook in 2026 bieden we driedaagse trainingen voor het signaleren en bijsturen van dwingende controle. In het nieuwe jaar blijf ik kosteloze spreekuren aanbieden voor professionals en kunnen consulten ingeboekt worden.
En in mijn PhD onderzoek blijf ik me graag dag en nacht inzetten voor onderzoek naar de effectieve middelen waarmee professionals dwingende controle beter kunnen signaleren en stoppen.
Een heel verbonden, alert-systemisch en patroongefocused 2026 allemaal!
Iris
Keilholtz, B. M. & Spencer, C. M. (2022). Couples Therapy and Intimate Partner Violence. Practice Innovations, 7 (2), 124-137. doi: 10.1037/pri0000176.
Meer referenties die bovenstaande blog wetenschappelijk ondersteunen zijn op te vragen bij de auteur
Expertisecentrum Dwingende Controle benadrukt dat mannen ook slachtoffer zijn van dwingende controle. Daarover is ook geschreven in andere blogs op deze webiste.