Deel dit artikel:

Het onderscheid tussen een strijd, ‘situationeel’ geweld en dwingende controle is essentieel bij relatieproblematiek en complexe scheiding, maar verloopt in de huidige praktijk in Nederland vaak moeizaam. Dat blijkt onder andere uit Nederlandse en Europese evaluaties (Grevio, 2025).

Dwingende controle is aanwezig bij een zeer hoog percentage binnen conflictscheidingen (Verwey-Jonker, 2025). In zijn algemeenheid wordt er in 50-60% van de complexe scheidingen een hoog veiligheidsrisico vastgesteld door huiselijk geweld (Wells et al, 2025). En wanneer er sprake is van een patroon van dwingende controle, is er sprake van een specifiek risicoprofiel (Jaffe et al., 2008; Jaffe et al., 2025).

Dwingende controle: een patroon.

Onderzoek naar dwingende controle laat zien dat dwingende controle een patroon van structurele machtsuitoefening en vrijheidsbeperking is (Stark, 2007; Stark & Hester, 2019). Juist omdat het doel controlebehoud is, stopt het geweld expliciet niet bij relatietherapie, relatiebeëindiging en niet bij gescheiden hulpverleningstrajecten. De periode rond en na autonome besluiten van een slachtoffer, zoals een scheiding, is een bekende risicofase voor toename van het geweld, stalking en moord (Campbell et al., 2003; Lünnemann et al., 2024: Monckton-Smith, 2019): de pleger raakt immers een deel van de controle kwijt door de poging tot autonomie van het slachtoffer neem en de pleger probeert die controle te herstellen met een hernieuwd patroon van gedragingen. Moord is dan een optie, maar bijvoorbeeld ook ‘love bombing’ of het manipuleren van hulpverleners.

Voorgezette dwingende controle na scheiding wordt in de internationale literatuur aangeduid als post-separation abuse en moet worden begrepen als een getransformeerde voortzetting van dezelfde controle-dynamiek die tijdens de relatie aanwezig was (Katz, 2020). Controle manifesteert zich dan onder andere via strijd om omgangsregelingen, het toedienen van stress, strijd en financieel leed door het veroorzaken van juridische procedures, toestemmingen weigeren en het inzetten van kinderen als controlemiddel (Xyrakis et al., 2024). Het betreft dus geen nieuw fenomeen in de gescheiden relatie, maar een andere uitingsvorm van hetzelfde machtsmechanisme.

Er is geen empirisch bewijs dat het geweld richting kinderen of het volwassen slachtoffer stopt doordat ouders in systemische of gescheiden hulpverleningstrajecten worden geplaatst. Integendeel zelfs, systematische reviews tonen dat dwingende controle tussen (ex)partners sterk samenhangt met voortgezette schade voor kinderen, waarbij sprake is van verstoring van ouder-kindrelaties door dwingende controle en inzet van kinderen als instrument binnen de dwingende controle (Xyrakis et al., 2024). Kinderen zijn daarbij expliciet (ook in wettelijke zin) geen ‘getuigen’, maar directe slachtoffers (Verdrag van Istanbul, 2011). Bij kinderen is vaak internaliserende en externaliserende problematiek te bemerken. Zonder deugdelijk onderzoek naar huiselijk geweld, worden de (ernstige) klachten van deze kinderen vaak onterecht geherdefinieerd als “scheidingschade” door een kind dat in de knel zou zitten door ouders ‘in strijd’.

Uit grootschalig epidemiologisch onderzoek blijkt dat blootstelling in de kindertijd aan dwingende controle, vergeleken met andere vormen van huiselijk geweld, het meest samenhangt met latere risico’s, zoals psychische stoornissen ontwikkelen (Blake et al., 2025). Vanuit ontwikkelingsperspectief kan daarom niet worden volgehouden dat er dwingende controle zonder schade voor kinderen bestaat. Ook niet bij een scheiding.

Hulpverlening bij dwingende controle

Op basis van wetenschappelijke literatuur is ons standpunt dat solo parallel ouderschap bij dwingende controle gecontra-indiceerd is (Grevio, 2025; Stark, 2007; Wezenberg et al, 2022) en dat men zeer terughoudend moet zijn om te indiceren als er signalen van onveiligheid zijn. Deze signalen dienen onzes inziens systematisch onderzocht te worden vóór indicatiestelling van solo parallel ouderschap.

De reden hiervoor is tweeledig:

  1. Bewijs dat dwingende controle voortgezet wordt in scheiding
    Er is geen wetenschappelijk bewijs dat het geweld stopt door inzet van systemische hulpverlening of juist individuele opvoedondersteuning in hulpverlening aan de ouders. Er is daarentegen consistente evidentie dat controle zich voortzet als men het patroon van dwingende controle niet stopt bij de pleger. Zowel met als zonder scheiding: de kinderen lijden zwaar onder dwingende controle (Katz, 2020; Xyrakis et al., 2024). Een eerlijk verhaal over de ouder-kind band en over de band tussen de ouders is niet te verwachten van een pleger van dwingende controle.

  2. Veiligheid boven bandbevordering
    In situaties van dwingende controle moet het primaire doel zijn: het stoppen van geweld en het herstellen van veiligheid. Interventies die primair uitgaan van het bevorderen van de ouder-kindband en/of het afnemen van vermeende strijd tussen de ouders, zonder dat veiligheid voor de ouders en kinderen expliciet is geborgd doordat het patroon van dwingende controle is beëindigd, faciliteren het machtsmechanisme onbedoeld (Hardesty & Chung, 2006; Jaffe et al., 2025).

Het Verdrag van Istanbul verplicht staten expliciet om bij beslissingen over gezag en omgang de veiligheid van slachtoffers en kinderen centraal te stellen. Veiligheid is sindsdien niet zozeer een overweging bij de mate van omgang, maar een voorwaarde voor omgang. Een hulpverleningsvorm bij die normalisering van contact of bandbevordering vooropstelt aan de (ex)partner en/of de kinderen, terwijl een veelvoorkomend geweldpatroon niet wordt onderzocht en/of niet aantoonbaar wordt beëindigd binnen die hulpverlening, is niet in lijn met dit verdrag.

Ook de richtlijnen en wetten die gelden voor zorgprofessionals benadrukken dat bij vermoedens van huiselijk geweld de meldcode en afwegingskader doorlopen moeten worden en veiligheid leidend moet zijn in besluitvorming (Van der Valk et al., 2020).

Kortom, voor professionals in Nederland die werken met ouders en/of kinderen, geldt dat het onderzoeken en aantoonbaar stoppen van geweld de eerste zorg moet zijn. Ook bij gescheiden aanbod van zorg.

Differentiatie blijft essentieel

Dit betekent dat solo parallel ouderschap een prima methode kan zijn in situaties waar geen huiselijk geweld speelt. Het betekent wél dat huiselijk geweld, met name dwingende controle moet worden uitgesloten en als blijkt dat er dwingende controle speelt er geen solo parallel ouderschap wordt aangeboden. Totdat de veiligheid duurzaam is geborgd.

Zonder die vaststellingen is inzet van solo parallel ouderschap vanuit risicoperspectief niet verantwoord, zeker niet als er signalen zijn van onveiligheid (Grevio, 2025; Wezenberg et al., 2022). We zullen eraan moeten wennen dat deze signalen zichtbaar zijn door medewerking van plegers die tegen zorgprofessionals beweren dat zij constructief willen samenwerken, het conflict willen verminderen en in het belang van het kind handelen, terwijl zij in werkelijkheid het zorgsysteem inzetten om controle te behouden of uit te breiden.

Referenties (APA)

Blake, J. A., Thomas, H. J., Mathews, B., Lawrence, D. M., Haslam, D. M., Higgins, D. J., Malacova, E., Erskine, H. E., & Scott, J. G. (2025). Childhood experiences of domestic violence and its association with mental disorders and health risk behaviours. The British journal of psychiatry : the journal of mental science, 1–8. Advance online publication. https://doi.org/10.1192/bjp.2025.10362

Campbell, J. C., Webster, D., Koziol-McLain, J., Block, C., Campbell, D., Curry, M. A., Gary, F., Glass, N., McFarlane, J., Sachs, C., Sharps, P., Ulrich, Y., Wilt, S. A., Manganello, J., Xu, X., Schollenberger, J., Frye, V., & Laughon, K. (2003). Risk factors for femicide in abusive relationships: results from a multisite case control study. American journal of public health93(7), 1089–1097. https://doi.org/10.2105/ajph.93.7.1089

Group of Experts on Action against Violence against Women and Domestic Violence (GREVIO). (2025). Building trust by delivering support, protection and justice: First thematic evaluation report Netherlands (GREVIO(2025)1). Council of Europe.

Hardesty, J. L., & Chung, G. H. (2006). Intimate partner violence, parental divorce, and child custody: directions for intervention and future research. Family Relations: An Interdisciplinary Journal of Applied Family Studies, 55(2), 200–210. https://doi.org/10.1111/j.1741-3729.2006.00370.x

Jaffe, P. G., Johnston, J. R., Crooks, C. V., & Bala, N. (2008). Custody disputes involving allegations of domestic violence: Toward a differentiated approach to parenting plans. Family Court Review, 46(3), 500–522. https://doi.org/10.1111/j.1744-1617.2008.00216.xDigital Object Identifier (DOI)

Jaffe, P. G., Bala, N., Medhekar, A., Scott, K., & Oliver, C. (2025). Appropriate parenting arrangements in cases of intimate partner violence and coercive control: From research and legislative reform to changes in practice. Family Court Review. https://doi.org/10.1111/fcre.70002Digital Object Identifier (DOI)

Katz, E., Nikupeteri, A., & Laitinen, M. (2020). When coercive control continues to harm children: Post‐separation fathering, stalking and domestic violence. Child Abuse Review, 29(4), 310–324. https://doi.org/10.1002/car.2611

Lünnemann, K., Lünnemann, M., & Steketee, M. (2024). Patroon van dwang en controle is genderspecifiek: Verdiepende analyses derde cohortstudie wat betreft patroon van controle en dwang onder cliënten Veilig Thuis. Verwey-Jonker Instituut.

Monckton Smith, J. (2019). Intimate Partner Femicide: Using Foucauldian Analysis to Track an Eight Stage Progression to Homicide. Violence Against Women, 26(11), 1267-1285. https://doi.org/10.1177/1077801219863876 (Original work published 2020)

Stark, Evan, Coercive Control: How Men Entrap Women in Personal Life, 2nd edn (New York, 2024; online edn, Oxford Academic, 23 Nov. 2023), https://doi.org/10.1093/oso/9780197639986.001.0001, accessed 25 Feb. 2026.

Stark, E., & Hester, M. (2018). Coercive Control: Update and Review. Violence Against Women, 25(1), 81-104. https://doi.org/10.1177/1077801218816191 (Original work published 2019)

Van der Valk, I., Van den Berg, G., Van der Veldt, M.-C., Anthonijsz, I., & Spruijt, E. (2020). Richtlijn Scheiding en problemen van jeugdigen voor jeugdhulp en jeugdbescherming. Nederlands Jeugdinstituut.

Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul), CETS No. 210 (2011).

Wells, Y. D., McIntosh, J. E., Painter, F. L., Holtzworth-Munroe, A., Wright, B. J., Jiang, H., Lee, J., Krella, K. A., Booth, A. T., & Evans, E. (2025). Family Violence Risk on Entry to the Family Courts of Australia: Profiles and Predictive Validity of the DOORS Triage Process. Journal of Interpersonal Violence, 0(0). https://doi.org/10.1177/08862605251363611

Wezenberg, M., Wildeman, I., Pannebakker, F. D., & Klein Velderman, M. (2022). Parallel ouderschap na scheiding: Rust en duidelijkheid voor ouders en kinderen. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 61(1), 48–56.

Xyrakis, N., Aquilina, B., McNiece, E., Tran, T., Waddell, C., Suomi, A., & Pasalich, D. (2024). Interparental Coercive Control and Child and Family Outcomes: A Systematic Review. Trauma, violence & abuse25(1), 22–40. https://doi.org/10.1177/15248380221139243