Deel dit artikel:

We wisten al dat in 43% van de femicides in huiselijk-geweldsituatieseerder sprake was vanniet-fataleverwurging. De kans op moord door een (ex-)partner neemt zevenvoudig toe wanneer het slachtoffer eerder niet-fataal is verwurgd (Glass et al., 2008).

Deze recente Australische studie (Mullin & Hardiman, 2026) brengt ons een stap verder in het begrijpen van een dodelijke afloop bij partnergeweld. En dat is belangrijk. Want de acht fasen van femicide waar in Nederland vaak naar wordt verwezen, verlopen niet lineair: een pleger kan telkens terugkeren naar een eerdere fase of overstappen naar een ander slachtoffer. Monckton Smith (2020) benadrukte dat in alle acht fasen sprake is van dwingende controle. Die uit zich per fase anders. Dwingende controle-gedragingen vormen de kern van alle acht fasen die Monckton Smith onderzocht en beschreef.

Ook uit dit onderzoek blijkt dat partnergeweld en eerdere verwurging op een hoog risico wijzen van moord in de toekomst. Er waren vaak al signalen voordat het dodelijk misging. Ook waren er in veel gevallen eerder pogingen tot verwurging geweest.

Deze Australische onderzoekers geven aan dat in het merendeel van de door hen onderzochte zaken van dodelijke verwurging geen sprake lijkt te zijn van een geplande situatie. Maar dat dit niet geldt wanneer sprake was van o.a. stalking.

Maar een geplande femicide kan zich in een zeer kort tijdbestek afspelen: fasen 6, 7 en 8 (besluiten, plannen en uitvoeren van de moord) kunnen binnen enkele uren doorlopen worden (Monckton Smith, 2020). Dat is vaak kort en onzichtbaar voor professionals. En daarom mogelijk ook niet te achterhalen geweest voor deze Australische onderzoekers. Dat stalking (een controle gedraging) wel samenhangt met ‘ongeplande’ moorden lijkt te bevestigen dat dwingende controle een rol speelt bij deze moorden, ook als ze niet als ‘gepland’ kunnen worden aangemerkt.

Dwingende controle moet daarom ook de kern vormen van onderzoek en interventie. We moeten dus oppassen met een te eenzijdige focus op ‘rode vlaggen’, omdat signalen van dwingende controle in de vroege fasen van een relatie vaak veel subtieler zijn dan de bekende rode vlaggen (zoals stalking). Als we ons teveel richten op de rode vlaggen, dan implementeren we te weinig en te late interventies in onze werkprocessen die daarmee te weinig preventie bieden. Het doorlopen van het besluit, planning en uitvoeren van de moord kan namelijk zeer snel en onzichtbaar verlopen als er eenmaal een relatie is met dwingende controle. En let wel: een ‘relatie’ in het hoofd van een pleger kan ook een eenmalige date zijn (Monckton Smith, 2020).

Verder wijzen de onderzoekers ons op enkele andere zaken die van belang zijn voor ons beeld van fatale verwurging:

Deze studie bevestigt het beeld dat vrouwen tussen de 20 en 50 jaar het grootste risico lopen op verwurging door mannen. Maar de onderzoekers benadrukken dat dit niet uitsluit dat vrouwen ook moorden plegen, maar doorgaans op een andere manier dan verwurgen (bijvoorbeeld vanwege fysieke verschillen zoals kracht).

De onderzoekers wijzen erop dat een belangrijk probleem te weinig onderzocht is: homoseksuele en biseksuele mannen rapporteren significant vaker fysiek of seksueel partnergeweld dan heteroseksuele mannen. LGBTQ+ personen waren in dit onderzoek naar verwurging vertegenwoordigd op een niveau dat overeenkomt met hun geschatte aandeel in de Australische bevolking. Toch bestaat er een structureel gebrek aan representatief onderzoek naar LGBTQ+ slachtoffers. Deze bevindingen maken duidelijk dat de gevolgen van geweld door verwurging voor LGBTQ+ mannenernstig kunnen zijn, terwijl die risico’s momenteel onderbelicht blijven.

Verder wijzen de onderzoekers erop dat niet-fatale verwurging tijdens seks steeds vaker gemeld wordt als onderdeel van het seksleven van jongeren. We weten niet of dit gedrag vaker voorkomt of dat er meer openheid is onder jongeren. Maar duidelijk lijkt dat jongeren onvoldoende bewust zijn van de ernstige medische risico’s die dergelijke verwurging met zich meebrengt.

Wat kunnen wij met deze kennis?

  1. Stel bij incidenten altijd patroon-gerichte vragen.
    Vraag niet alleen: wat gebeurde er?
    Maar ook: wat ging eraan vooraf? Wat herhaalt zich? Hoeveel vrijheid heeft het vermeende slachtoffer nog in het dagelijks leven.
    Zicht krijgen op mogelijke niet-fatale verwurging is zinvol. Daarnaast is het belangrijk een beeld te krijgen van de mate van autonomie van een mogelijk slachtoffer, omdat vrijheidsbeperking de kern vormt van dwingende controle. Dwingende controle is een belangrijke voorspeller van (ex-)partnermoord.

  2. Hou er rekening mee dat slachtoffers hun eigen slachtofferschap van dwingende controle niet herkennen, zich ervoor schamen of (terecht) vrezen voor hun leven als zij dit kenbaar maken.
    Pas werkprocessen aan op dit gegeven.
    Neem niet te snel genoegen met het antwoord dat er niets aan de hand is, leer de juiste feiten checken en realiseer je ondertussen dat een mogelijke ontmaskering van de pleger en het losbreken van het slachtoffer in de relatie potentieel (zeer) gevaarlijk zijn.

  3. Stop met denken in vaste volgordes van acht fasen van femicide.
    Uit de fasen van Monckton Smith blijkt vooral dat dwingende controle zich in elke fase van een relatie anders manifesteert. Dat biedt handvatten om na te denken over mogelijke interventies per fase. De moord zelf is in vele individuele casussen niet goed voorspelbaar. Dwingende controle in het algemeen is wél een voorspeller van moord, vooral wanneer de pleger het gevoel heeft de grip te verliezen.

    Het ontbreken van fase 6 (verandering in denken/besluit van de pleger), fase 7 (planning van de moord) en fase 8 (moord) betekent daarom niet dat het risico op moord laag is. Na een moord kunnen we immers niet altijd reconstrueren wat de pleger heeft gedacht of gepland. Bovendien kunnen fase 6, 7 en 8 zich in zeer korte tijd voltrekken.

  4. Rode vlaggen lijsten kunnen leiden tot te laat en te eenzijdig ingrijpen bij risico
    I
    n de acht fasen van femicide wordt vooral benadrukt dat dwingende controle in alle acht de fasen een rol speelt. Professionals doen er goed aan te weten wat de kern is van dwingende controle in hun spreekkamer: plegers zijn charmante, vriendelijke en meewerkende personen voor professionals en manipuleren het beeld van wat er werkelijk aan de hand is. Het geweld van dwingende controle speelt zich af op het gebied van autonomie: de pleger is bezig het slachtoffer de vrijheid te benemen op allerlei terreinen. Ook in de vroege relatie. Leer deze (subtiele en verborgen) signalen herkennen en we beschermen slachtoffers sneller en beter.

  5. Wees alert: fatale verwurging en (ex)partnermoord in zijn algemeenheid is geen heteroseksueel probleem
    Partnergeweld is geen heteroseksueel probleem. Door het gebrek aan literatuur weten we nog weinig over (ex-)partnermoord binnen de LGBTQ+ gemeenschap, maar er zijn duidelijke aanwijzingen dat homo- en biseksuele mannen een sterk verhoogd risico lopen.

  6. Voorlichting aan jongeren
    Geef feitelijke informatie aan jongeren: niet-fatale verwurging, ook wanneer deze een seksueel motief heeft, is geen onschuldige seksuele handeling.

Ook leren de signaleren van dwingende controle beter te signaleren en bij te sturen? Volg onze eerstvolgende driedaagse cursus met open inschrijving in mei en juni 2026. Mail naar info@expertisecentrumdwingendecontrole.nl. Kijk voor meer informatie op www.expertisecentrumdwingendecontrole.nl